Op enig moment zal iedereen die arbeid verricht om een inkomen te vergaren stilstaan bij pensioen. Het opbouwen van een goed pensioen is meer dan alleen zorgen voor een "appeltje voor de dorst".
Tot voor kort was het normaal dat iedereen tot zijn 65e levensjaar ging werken, en daarna kon je met pensioen. Al tijden wordt er gesproken over een pensioen vanaf je 67e levensjaar. Dat betekent dat je twee jaar langer een inkomen moet genereren door te werken. En dat het pensioenfonds twee jaar langer geld binnen haalt, en geen pensioen hoeft uit te keren in die periode.
Dat werkt dubbel op voor het pensioenfonds: het pensioenfonds krijgt meer geld. Het werkt ook dubbel voor de werknemer: die krijgt minder geld en moeten langer werken. Dat scenario is voor veel mensen de reden om zelf na te gaan denken over het pensioen.
Maar hoe kan je dat pensioen nou het beste regelen? Hier onder staan enkele belangrijke aandachtspunten vermeld.
Veel werknemers denken dat het nadenken over pensioen aan de ondernemer kan worden overgelaten. De ondernemer zorgt voor zijn eigen pensioen en de ondernemer zorgt ook voor het pensioen van zijn werknemers. Een ondernemer zal in de regel in elk geval een goed pensioen voor zichzelf regelen.
De reden om een goed pensioen te regelen voor zijn medewerkers is vast aanwezig, maar een goed pensioen kan heel duur zijn en voor een hoge pensioenpremie zorgen. Een duur pensioen voor medewerkers maakt de maandelijkse lasten voor de ondernemer hoog. Veel ondernemers worstelen met deze spagaat. Dat is de reden waarom elke medewerker zelf zal moeten nadenken over zijn pensioen, zelf moet nadenken over de financiƫle wensen op latere leeftijd, en of dat een goede reden is om een aanvullend pensioen op te gaan bouwen.
Een aanvullend pensioen opbouwen is eenvoudiger dan je denkt. Zo is het mogelijk om via de werkgever extra geld van het bruto maandsalaris te laten storten in de kas van het pensioenfonds waar de werkgever bij is aangesloten. De medewerker krijgt dan maandelijks een lager nettoloon. In ruil daarvoor wordt meer geld gespaard voor later. Nadeel van deze financiƫle constructie is dat je het geld kwijt bent tot aan het moment van pensioen.
En stel nou dat je de pensioengerechtigde leeftijd niet haalt? Bijvoorbeeld omdat je halverwege arbeidsongeschiktheid raakt, of erger nog je komt vroegtijdig te overlijden. Vervelend voor jou, fijn voor het pensioenfonds. Het pensioenfonds of nu immers niet uit te keren. Op basis van statistieken weet het pensioenfonds dat zij niet al het geld dat in gelegd worden hoeft uit te keren. Je kan ook sparen voor later met behulp van een lijfrente polis.
Een lijfrentepolis kan je afsluiten bij een bank of verzekeraar. Hierin wordt geld gespaard en belegd. Het grote voordeel hiervan is dat je een clausule kan opnemen waarin staat wat er met het geld moet gebeuren bij vroegtijdig overlijden. Bijvoorbeeld dat het gespaarde geld beschikbaar komt voor jouw nabestaanden. En dat is interessanter dan geld sparen bij jouw pensioenfonds. Wellicht zijn er ook pensioenfondsen waar je deze afspraken ook kan maken. Vraag naar bij uw financieel adviseur of tussen persoon naar mogelijkheden voor pensioen aanvullen.